Rupsen, de larven van vlinders en nachtvlinders, ondergaan een prachtige transformatie van ei via rups tot pop, waarbij ze meestal planten eten en diverse soorten kunnen irritatie veroorzaken; in Nederland variëren ze van de processierups tot kleine vos, en hun unieke uiterlijk en natuurlijke verdedigingsstrategieën, zoals brandharen, beschermen hen tegen vijanden.
Rupsen zijn de larven van vlinders en nachtvlinders die een bijzondere rol spelen in onze natuur. Met hun zachte, gesegmenteerde lichaam en opvallende kleuren trekken ze direct de aandacht. Net als een hoornaar herkennen in je tuin valt een rups vaak op door zijn kenmerkende uiterlijk. Ze hebben meestal zes echte poten aan de voorkant en meerdere neppoten, ook wel buikpoten genoemd, die hen helpen bij het voortbewegen.
De rups doorloopt een indrukwekkende transformatie. Het begint als een minuscuul eitje, waaruit een kleine rups kruipt. Net zoals bij een tijgermug herkennen en begrijpen is het belangrijk om de verschillende stadia te kennen. De rups eet veel en vervelt meerdere keren voordat hij zich verpopt. In de pop vindt de metamorfose plaats waarbij de rups verandert in een vlinder.
In Nederland komen verschillende soorten rupsen voor:
Elke soort heeft zijn eigen kenmerken en voedselvoorkeur. Sommige rupsen kunnen irritatie veroorzaken, vergelijkbaar met wespensteek herkennen en behandelen.
Rupsen zijn voornamelijk planteneters die zich voeden met bladeren. Ze bewegen zich voort door hun lichaam als een harmonica samen te trekken en weer uit te strekken. Hun natuurlijke vijanden zijn onder andere vogels en bepaalde insecten. Sommige rupsen hebben verdedigingsmechanismen ontwikkeld zoals brandharen of felle waarschuwingskleuren.
Niet alle rupsen zijn schadelijk. Hoewel ze van planten eten, zorgen de meeste rupsen niet voor ernstige schade. Enkele soorten kunnen wel problemen veroorzaken in moestuinen of bij bepaalde gewassen.
Het rupsenstadium duurt gemiddeld 3 tot 4 weken, maar dit kan variëren per soort en weersomstandigheden. Sommige rupsen overwinteren en doen er maanden over.
Het beste is om rupsen met rust te laten. Als je een rups wilt verplaatsen, doe dit dan voorzichtig en zet hem op een geschikte waardplant. Bij twijfel over de soort, raak de rups niet aan vanwege mogelijke brandharen.